Reviewstudie seismiciteit TNO

De Nederlandse ondergrond is voor het overgrote deel veilig genoeg voor aardwarmteprojecten. Dat is te danken aan de structuur van de ondergrond in Nederland. Hierdoor is de kans op zogeheten geïnduceerde seismiciteit (aardbevingen veroorzaakt door menselijk handelen) minimaal te noemen.

Dat blijkt uit een studie van TNO in opdracht van EBN. TNO heeft daarbij gekeken naar meer dan 40 internationale aardwarmteprojecten en de relatie met bevingen daarbij. EBN neemt alleen deel aan aardwarmteprojecten als deze veilig en verantwoord kunnen worden uitgevoerd. Daarom wil EBN meer te weten komen over de mate van representativiteit van aardbevingen bij aardwarmteprojecten in het buitenland voor de Nederlandse situatie. En daarnaast om te leren hoe seismiciteit bij aardwarmte zo goed als mogelijk voorkomen kan worden. De uitkomsten van de studie zijn voor EBN en andere partijen in de aardwarmtesector belangrijk om toekomstige projecten vroegtijdig te beoordelen op seismische risico’s. Lees hier de Nederlandse samenvatting van het rapport.

In Nederland worden aardwarmteprojecten momenteel uitgevoerd in gebieden met goed doorlatende zandsteenlagen op 1 tot 3 km diepte. De studie laat zien dat er in Noord-Duitsland en Denemarken zeer vergelijkbare projecten bestaan. Hier vindt al enkele decennia aardwarmtewinning plaats en tot op heden zijn hier geen aardbevingen waargenomen. Uit de bestudeerde projecten valt te leren dat een aantal factoren de kans op aardbevingen beïnvloedt. Zo is de kans op bevingen waarschijnlijker a) indien er uit diepere lagen warmte gewonnen wordt, waar breuken aanwezig zijn die verbonden zijn met dieper gelegen kristallijn gesteente, b) nabij tektonisch actieve breuken; en c) nabij gebieden waar andere mijnbouwactiviteiten plaatsvinden, aangezien de kans op bevingen daarmee kan worden verhoogd.

Eveline Rosendaal, programma manager Geo-energy van EBN: “Veilige en verantwoorde winning van aardwarmte is op heel veel plekken in Nederland mogelijk, zo blijkt uit de studie. Vanzelfsprekend doen we per project verder onderzoek naar mogelijke risico’s, waarbij veiligheid prioriteit een is. De studie ligt inmiddels bij het ministerie van EZK waar deze zal worden meegewogen in toekomstige beleidskeuzes. Waarbij de afweging waar wel en niet mag worden geboord niet aan EBN is maar bij het ministerie ligt.”

Onderzoekster Loes Buijze van TNO: “Gezien de ambitie om de huidige productie van aardwarmte te versnellen en de aandacht in Nederland voor geïnduceerde seismiciteit, vereist de ontwikkeling van aardwarmteprojecten locatie-specifieke analyse van seismische risico’s. Deze studie geeft belangrijke inzichten over seismische risico’s in verband met aardwarmteprojecten op basis van observaties in binnen- en buitenland.”